Hans Melchers Fonds
Home | Bestuur | Reglement EN STATUTEN | Contact
Recent | Rechtspraak | EHRM | Raad v/d Journalistiek | Journalistieke Codes

Aanvraagprocedure
Uw aanvraag voor een financiële bijdrage dient u schriftelijk in bij het secretariaat van de stichting:

Stichting Hans Melchers Fonds
Keizersgracht 618
1017 ER Amsterdam.

1. De aanvraag wordt ondertekend en bevat de naam, het woonadres, het emailadres en het telefoonnummer van de aanvrager en de dagtekening.
2. De aanvraag bevat in ieder geval de volgende informatie, die nodig is voor de beslissing op de aanvraag:
- een gemotiveerd verzoek, waarin wordt duidelijk gemaakt op welke wijze de financiële bijdrage zal worden gebruikt
- een afschrift, kopie of opname van de uiting(en) in de pers of een weergave van de gebeurtenissen waarop de aanvraag betrekking heeft;
- gegevens omtrent het inkomen en vermogen van de aanvrager.

Lees voor u een aanvraag indient nauwkeurig onderstaand Reglement door. Als u nadere vragen heeft, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de Stichting.



REGLEMENT

DEFINITIES
Artikel 1
• stichting: de Stichting Hans Melchers Fonds
• bestuur: het bestuur van de Stichting Hans Melchers Fonds
• deskundige: een in het uitingsrecht gespecialiseerd jurist die het bestuur adviseert met betrekking tot aanvragen voor financiële bijdragen
• financiële bijdrage: een eenmalige aanspraak op financiële middelen
• aanvrager: de aanvrager van een financiële bijdrage
• ontvanger: de ontvanger van een financiële bijdrage
• behandelaar: advocaat die op verzoek van de stichting en geheel of ten dele voor rekening van de stichting de zaak van aanvrager in behandeling neemt en afwikkelt.

DOEL
Artikel 2
1. De stichting kan, in overeenstemming met artikel 2 van haar statuten en volgens bepalingen vastgelegd in de wet en dit reglement, naast overige taken als bedoeld in artikel 2 van de statuten, financiële middelen ter beschikking stellen:
- ter bevordering van fatsoenlijke journalistiek en respect voor de privacy van individuele burgers en/of van rechtspersonen;
- ter bevordering van het belang van individuele burgers en/of rechtspersonen om niet door publicaties in de pers te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen;
- om (principiële) procedures ter bevordering van genoemde doelstellingen te voeren;
en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.
2. De stichting tracht dit doel onder meer te bereiken door het instandhouden van een procesfonds.

VOORWAARDEN
Artikel 3
1. Een financiële bijdrage kan slechts worden verstrekt wanneer het bestuur de overtuiging heeft gekregen dat de door de stichting in artikel 2 van dit reglement gestelde doeleinden kunnen worden bereikt.
2. Een financiële bijdrage wordt slechts verstrekt, voor zover de financiële middelen van de stichting toereikend zijn.

AANVRAAGPROCEDURE
Artikel 4
De aanvraag voor een financiële bijdrage wordt schriftelijk ingediend bij het secretariaat van de stichting en dient te zijn gericht aan: Stichting Hans Melchers Fonds, Keizersgracht 618, 1017 ER Amsterdam.

Artikel 5
1. De aanvraag wordt ondertekend en bevat de naam, het woonadres, het emailadres en het telefoonnummer van de aanvrager en de dagtekening.
2. De aanvraag bevat in ieder geval de volgende informatie, die nodig is voor de beslissing op de aanvraag:
- een gemotiveerd verzoek, waarin wordt duidelijk gemaakt op welke wijze de financiële bijdrage zal worden aangewend ten behoeve van de doelstellingen van de stichting;
- een afschrift, kopie of opname van de uiting in de pers of een weergave van de gebeurtenissen waarop de aanvraag betrekking heeft;
- gegevens omtrent het inkomen en vermogen van de aanvrager.

AANVRAGER NIET-ONTVANKELIJK OF AANVRAAG ONGEGROND
Artikel 6
In geval de aanvrager niet-ontvankelijk is in zijn verzoek of de aanvraag ongegrond is, kan het bestuur besluiten de aanvraag onmiddellijk af te wijzen zonder nader onderzoek.

ONVOLLEDIGE AANVRAAG
Artikel 7
Indien sprake is van een onvolledige aanvraag of indien op andere wijze blijkt dat de verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, kan het bestuur besluiten de aanvraag niet te behandelen. De aanvrager wordt indien het bestuur daartoe termen aanwezig acht, in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van twee weken de gegevens aan te vullen.

WIJZE VAN BEOORDELING EN BESLISSING OP DE AANVRAAG
Artikel 8
1. Voordat het bestuur beslist op de aanvraag, kan het bestuur zich laten adviseren door een deskundige.
2. De deskundige die heeft geadviseerd over de beslissing op de aanvraag, wordt, indien het bestuur besluit de aanvrager een financiële bijdrage te verlenen, niet als behandelaar betrokken bij het vervolg en in het bijzonder niet bij de verdere behandeling van de zaak in of buiten rechte. Onder omstandigheden kan het bestuur hiervan afwijken.

Artikel 9
Het bestuur kan ten aanzien van de volgorde van de verlening van de aangevraagde financiële bijdragen voorrang verlenen aan een bepaalde aanvraag:
- in verband met spoedeisendheid;
- in verband met het beschikbare budget van de stichting.

Artikel 10

Het bestuur kan bij zijn beslissing omtrent verlening van de financiële bijdrage het volgende in overweging nemen:
- de in artikel 2 en 5 gestelde doelstellingen en vereisten;
- de prioriteiten als genoemd in artikel 9;
- de omvang van de gevraagde financiële bijdrage;
- het inkomen en vermogen van de aanvrager;
- de aard van de uiting waarop de aanvraag betrekking heeft;
- de mate van (principieel) belang dat met de uiting waarop de aanvraag betrekking heeft, is gemoeid, zowel individueel als maatschappelijk bezien, alsmede het belang dat de stichting hecht aan bestrijding van de uiting waarop de aanvraag betrekking heeft;
- het advies als bedoeld in artikel 8, dat over de aanvraag aan het bestuur is uitgebracht.

Artikel 11
Het verlenen van een financiële bijdrage is een gunst. De aanvrager heeft geen recht op een financiële bijdrage.

Artikel 12
1. Het bestuur beslist binnen redelijke termijn, gerekend vanaf de dagtekening van de aanvraag.
2. De termijn voor het geven van een beslissing kan worden verlengd indien het bestuur na advisering als bedoeld in artikel 8 nader advies wenst in te winnen voordat hij een besluit neemt.
3. Het bestuur stelt de aanvrager schriftelijk van zijn beslissing in kennis.
4. De beslissing gaat vergezeld van een algemene motivering. Een nader op het individuele geval toegespitste motivering wordt in de beslissing opgenomen, in die gevallen waarin het bestuur dat noodzakelijk acht.
5. De aanvrager aan wie geen individuele motivering is verstrekt, kan het bestuur binnen veertien dagen na ontvangst van de beslissing daarom alsnog verzoeken. De aanvrager krijgt dan zo spoedig mogelijk alsnog een individuele beslissing toegezonden.

VERLENING VAN DE FINANCIËLE BIJDRAGE
Artikel 13
1. De beslissing tot het verlenen van de financiële bijdrage bevat een omschrijving van de activiteit(en), het procesrisico daaronder begrepen, waarvoor de financiële bijdrage wordt verleend, alsmede de hoogte van de financiële bijdrage en de vorm waarin de financiële bijdrage wordt verleend;
2. Het bestuur kan aan het verlenen van een financiële bijdrage voorwaarden verbinden, waaronder de voorwaarde dat (een deel van) de eventuele schadevergoeding die de aanvrager ontvangt, ten goede komt van de stichting.

VERPLICHTINGEN VAN DE ONTVANGER
Artikel 14
1. De ontvanger wendt de financiële bijdrage aan voor de doeleinden waartoe deze is verleend en leeft alle verplichtingen uit de wet en dit reglement na, alsmede de verplichtingen die het bestuur aan het toekennen van de financiële bijdrage heeft verbonden.
2. De ontvanger en/of de behandelaar doet zo spoedig mogelijk, onder overlegging van de relevante bescheiden, schriftelijk mededeling aan het bestuur, indien zich feiten of omstandigheden voordoen dan wel zullen voordoen die van invloed kunnen zijn op het verlenen van de financiële bijdrage en/of de intrekking of wijziging daarvan.

INTREKKING OF WIJZIGING VAN DE FINANCIËLE BIJDRAGE
Artikel 15
Het bestuur kan de beslissing tot toekenning van de financiële bijdrage met terugwerkende kracht tot het tijdstip waarop de financiële bijdrage is verleend, in ieder geval intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen, indien:
- de activiteit(en) waarvoor de financiële bijdrage was verleend niet of niet geheel dan wel niet conform de strekking van de wet of dit reglement hebben plaatsgevonden, plaatsvinden of zullen plaatsvinden;
- voor zover de activiteit(en) uit een andere financieringsbron worden gefinancierd;
- op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bestuur bij de beslissing tot verlening van de financiële bijdrage redelijkerwijze niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de verleende bijdrage lager dan overeenkomstig de beslissing tot verlening van de financiële bijdrage had moeten worden vastgesteld;
- de beslissing tot het verlenen van de financiële bijdrage onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten;
- de ontvanger na het verlenen van de financiële bijdrage handelt of heeft gehandeld in strijd met de aan het verlenen van de financiële bijdrage verbonden verplichtingen.

BETALING VAN DE FINANCIËLE BIJDRAGE
Artikel 16
1. De wijze waarop de financiële bijdrage wordt betaald, wordt bepaald in de beslissing omtrent het verlenen van de financiële bijdrage.
2. Indien in de loop van de behandeling van een zaak waarvoor een financiële bijdrage is verleend, de relatie tussen de ontvanger van de financiële bijdrage en zijn behandelaar wordt beëindigd, en het bestuur aanleiding vindt om de ontvanger de mogelijkheid te bieden zich door een andere advocaat te laten bijstaan, kan het bestuur bepalen dat de reeds gemaakte kosten van rechtsbijstand in mindering worden gebracht op de te maken kosten van de opvolgende advocaat.

Artikel 17
De verplichting van de stichting tot betaling van een financiële bijdrage kan in ieder geval worden opgeschort met ingang van de dag waarop het bestuur aan de ontvanger schriftelijk mededeling doet van een ernstig vermoeden dat bestaat om toepassing te geven aan artikel 15 van dit reglement, tot de dag waarop de beslissing omtrent de intrekking of wijziging is bekend gemaakt.

Artikel 18
1. Onverschuldigd betaalde financiële bijdragen worden door de stichting teruggevorderd.
2. De ontvanger stort onverschuldigd betaalde financiële bijdragen terug, in ieder geval binnen twee weken na de schriftelijke mededeling van het bestuur aan de ontvanger om het teveel betaalde terug te storten.

WIJZIGING REGLEMENT
Artikel 19
Het bestuur is bevoegd dit reglement te wijzigen. Het besluit daartoe moet worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien niet alle leden in deze vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn, wordt een nieuwe vergadering uitgeschreven, met inachtneming van een termijn van veertien dagen, in welke vergadering het besluit tot reglementswijziging kan worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuursleden.

SLOTBEPALINGEN
Artikel 20
In alle gevallen, waarin zowel de wet, de statuten als dit reglement niet voorzien, beslist het bestuur.

(Vastgesteld op 29 november 2006, gewijzigd op 2 oktober 2007)


STATUTEN

NAAM EN ZETEL
Artikel 1
1. De stichting draagt de naam: Stichting Hans Melchers Fonds.
2. Zij is gevestigd te Amsterdam.

DOEL Artikel 2
1. De stichting heeft ten doel:
- het bevorderen van fatsoenlijke journalistiek en respect voor de privacy van individuele burgers en/of van rechtspersonen;
- het bevorderen van het belang van individuele burgers en/of rechtspersonen om niet door publicaties in de pers te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen;
- gelden ter beschikking te stellen voor het voeren van (principiële) procedures ter bevordering van genoemde doelstellingen; en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.
2. De stichting heeft niet het oogmerk om winst te maken.
3. De stichting tracht dit doel te bereiken door:
- het instandhouden van een procesfonds;
- het inzamelen van geld;
- het werven van ondersteuning in de meest brede zin van het woord;
- het samenwerken met alle daarvoor in aanmerking komende instanties.

MIDDELEN
Artikel 3
Het vermogen van de stichting wordt gevormd door schenkingen, legaten en erfstellingen, subsidies en donaties, alsmede andere verkrijgingen.

BESTUUR
Artikel 4
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit tenminste drie leden en wordt voor de eerste maal bij deze akte benoemd. Het aantal leden wordt – met inachtneming van het in de vorige zin bepaalde – door het bestuur met algemene stemmen vastgesteld. Het is niet toegestaan om lid te zijn van het bestuur van de stichting indien er tussen het desbetreffende lid en een ander lid van het bestuur van de stichting hetzij familiebetrekkingen bestaan (tot en met de vierde graad van bloed- en aanverwantschap) of huwelijksbetrekkingen (samenwonen en het geregistreerd partnerschap daaronder begrepen) bestaan.
2. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van de secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld. Bij voorkeur maken van het bestuur deel uit: een (oud-)rechter, een advocaat en een (oud-)journalist.
3. Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het bestuur, zullen de overblijvende bestuursleden met algemene stemmen (of zal het enige overblijvende bestuurslid) binnen twee maanden na het ontstaan van de vacature daarin voorzien door de benoeming van een (of meer) opvolger(s).
4. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur.
5. De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Bestuursleden hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten. Het staat het advocaat-bestuurslid wel vrij om voor rekening van de stichting rechtsbijstand te verlenen aan (rechts)personen die met succes een beroep op de stichting hebben gedaan dan wel aan de stichting zelf.

BESTUURSVERGADERINGEN EN BESTUURSBESLUITEN
Artikel 6 (lees: artikel 5)
1. De bestuursvergaderingen worden bij voorkeur gehouden in de gemeente waar de stichting haar zetel heeft, met algemene stemmen kan het bestuur besluiten elders te vergaderen.
2. Ieder jaar wordt tenminste één vergadering gehouden.
3. Vergaderingen worden voorts gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één van de andere bestuursleden daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave der te behandelen punten aan de voorzitter een daartoe strekkend verzoek richt. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft in dier voege, dat de vergadering kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.
4. De oproeping tot de vergadering geschiedt behoudens het in lid 3 bepaalde door de voorzitter, tenminste zeven dagen tevoren, de dag der oproeping en die der vergadering niet medegerekend, door middel van oproepingsbrieven, e-mail, fax of enig ander tekstueel communicatiemiddel.
5. De oproepingsbrieven, e-mail, fax of enig ander tekstueel communicatiemiddel vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.
6. Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten genomen worden over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
7. De vergaderingen worden geleid door de (vice-)voorzitter van het bestuur; bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan.
8. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één der andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd.
9. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een mede bestuurslid op overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht. Een bestuurslid kan daarbij slechts voor één mede-bestuurslid als gevolmachtigde optreden.
10. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, telegrafisch, per telex, per telefax of per e-mail hun mening te uiten en geen hunner zich verzet tegen deze wijze van besluitvorming. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na mede ondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.
11. Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voorzover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven, worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen.
12. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
13. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
14. Tenzij elders in de statuten anders wordt bepaald, is het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter over de uitslag van een stemming beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
15. In alle gevallen van tegenstrijdig belang met de stichting moet het lid van het bestuur van de stichting ten aanzien van wie het tegenstrijdig belang zich voordoet hiervan onverwijld opgave doen aan de overige leden van het bestuur van de stichting. Indien sprake is van tegenstrijdig belang zal het desbetreffende lid van het bestuur de vergadering van het bestuur van de stichting tijdelijk verlaten en zal zich onthouden van het uitbrengen van zijn/haar stem over het onderwerp ten aanzien waarvan het tegenstrijdig belang van het lid van het bestuur zich voordoet .

BESTUURSBEVOEGDHEID EN VERTEGENWOORDIGING
Artikel 6
1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
2. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen.
3. Het bestuur is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, mits het bestuur daartoe heeft besloten in een bestuursvergadering, waarin alle in functie zijnde bestuursleden ter vergadering tegenwoordig of vertegenwoordigd zijn en met algemene stemmen.

Artikel 7
1. De stichting wordt in en buiten rechte uitsluitend vertegenwoordigd door:
- het bestuur;
- twee gezamenlijk handelende bestuursleden.
2. In het geval waarin de stichting een tegenstrijdig belang heeft met één of meer bestuursleden, wordt de stichting vertegenwoordigd door de bestuursleden ten aanzien van wie geen tegenstrijdig belang bestaat.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP
Artikel 8
Het bestuurslidmaatschap eindigt:
1.
a. door overlijden van een bestuurslid;
b. bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
c. bij schriftelijke ontslagneming (bedanken);
d. bij ontslag op grond van artikel 2:298 van het Burgerlijk Wetboek;
e. bij ontslag door het bestuur waartoe wordt besloten met algemene stemmen in een vergadering waarin alle bestuursleden (met uitzondering van het bestuurslid wiens ontslag aan de orde is) aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat.
2. Een bestuurslid kan door het bestuur worden geschorst, waartoe moet worden besloten met algemene stemmen, het bestuurslid wiens schorsing aan de orde is, komt in deze vergadering geen stemrecht toe. Indien een bestuurslid is geschorst, dient binnen drie maanden na de ingang van de schorsing te worden besloten, hetzij tot ontslag, hetzij tot opheffing van de schorsing, bij gebreke waarvan de schorsing vervalt. Een geschorst bestuurslid heeft behoudens het hierna bepaalde geen toegang tot de bestuursvergaderingen en kan geen stem uitbrengen. Een bestuurslid wiens schorsing of ontslag wordt voorgesteld, wordt in de gelegenheid gesteld zich in de bestuursvergadering te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te doen bijstaan.
3. Een bestuurder kan worden herbenoemd.

BOEKJAAR EN JAARSTUKKEN
Artikel 9
1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de rechtspersoon en van alles betreffende de werkzaamheden van de rechtspersoon, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend.
3. Onverminderd het overigens in de wet bepaalde, is het bestuur verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de rechtspersoon te maken en op papier te stellen. In geval de stichting een of meer ondernemingen in stand houdt welke ingevolge de wet in het handelsregister moeten worden ingeschreven, wordt bij de staat van baten en lasten de netto-omzet van deze onderneming(en) vermeld.
4. Het bestuur is verplicht de in de leden 2 en 3 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren, deze zo spoedig mogelijk na het opmaken.
5. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave van de gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.

REGLEMENT
Artikel 10
1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat.
2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
3. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van het reglement is - uitsluitend voor wat betreft de wijze van besluitvorming - het bepaalde ten aanzien van de wijziging van de statuten van dienovereenkomstige toepassing.

STATUTENWIJZIGING
Artikel 11
1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit daartoe moet worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien niet alle leden in deze vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn, wordt een nieuwe vergadering uitgeschreven, met inachtneming van een termijn van veertien dagen, in welke vergadering het besluit tot statutenwijziging kan worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuursleden.
2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Elke bestuurder is bevoegd de akte van statutenwijziging te ondertekenen.
3. De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de akte van wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de wet aangewezen handelsregister gehouden door de bevoegde Kamer van Koophandel en Fabrieken.

ONTBINDING EN VEREFFENING
Artikel 12
1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde ten aanzien van de wijziging van de statuten van dienovereenkomstige toepassing.
2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.
3. De vereffening geschiedt door het bestuur.
4. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het handelsregister, bedoeld in artikel 12 lees artikel 11 lid 3.
5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
6. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt zoveel mogelijk besteed overeenkomstig het doel van de stichting, of, indien dit niet mogelijk blijkt, aan stichtingen met een nauw verwant doel, waarbij het batig saldo in ieder geval ten algemene nutte zal worden aangewend. Besluiten dienaangaande dienen te worden genomen met algemene stemmen.
7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende zeven jaar berusten onder de jongste vereffenaar. 8. Een rechtspersoon die – een gedeelte van - het vermogen van de stichting verkrijgt als gevolg van een fusie of splitsing van de stichting kan slechts met toestemming van de rechtbank te Amsterdam het vermogen dat afkomstig is van de stichting anders besteden dan vóór de fusie of splitsing was voorgeschreven. Uit de statuten van de rechtspersoon die vermogen van de stichting verkrijgt als gevolg van een fusie of splitsing moet de verplichting als bedoeld in de vorige zin blijken.

SLOTBEPALING
Artikel 13
In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.


HANS MELCHERSFONDS | KEIZERSGRACHT 618 | 1017 ER AMSTERDAM | INFO@HANSMELCHERSFONDS.COM | T +31 (0)20 662 04 01